Hermann Wesselink College krijgt label frisse school klasse B

08-04-2021

Leren en opgroeien in een gezond schoolgebouw. Bij de nieuwbouw van het Hermann Wesselink College in Amstelveen was dit één van de belangrijkste uitgangspunten. Daarom is bij het ontwerp en de keuzes voor installaties het programma van eisen van Frisse Scholen Klasse B als leidraad genomen. Hierin staan eisen op vijf gebieden: energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Hoe vertaal je al die eisen in een installatie ontwerp? Arjen Velthuis, Adviseur Utiliteit bij Hollander Techniek, vertelt er meer over.

Ieder schoolgebouw verdient een gezond binnenklimaat

Arjen: “Een gezond binnenklimaat in scholen. Het is nu een nog actueler onderwerp dan het ooit is geweest. Al een aantal jaar helpt Hollander Techniek diverse scholen bij het behalen van een Frisse School label. De meeste mensen denken dat het hierbij alleen gaat om schone binnenlucht, maar het gaat verder. Een Frisse School draagt bij aan energiebesparing, minder luchtvervuiling en vermindert het gebruik van fossiele grondstoffen. Dit wordt bereikt door de installaties, zoals de klimaatinstallatie en de verlichting, te laten voldoen aan de eisen. Maar ook de bouwkundige materialisatie en detaillering heeft hier grote invloed op. Als installateur kunnen wij een nog zo zuinig klimaatsysteem ontwerpen, als het gebouw niet goed geïsoleerd is, gaat er onnodig warmte of koelte en energie verloren.” Hier is een goede samenwerking en optimalisatie gevonden tussen SMT Bouw en Vastgoed, die verantwoordelijk was voor het gehele design & build traject en haar adviseurs met ons.

Van een lijst met eisen tot de realisatie van de installaties

Aan een installatie ontwerp dat voldoet aan alle eisen voor Frisse Scholen gaat veel reken- en uitzoekwerk vooraf. Arjen: “Wij hebben al een aantal jaar ervaring als het gaat om het ontwerpen van installaties volgens de Frisse School normen. Toch is iedere school anders en verschillen ook de wensen van de opdrachtgevers. Daarom beginnen we altijd met het verzamelen van alle eisen en wensen. Met een vakkundig team van engineers gaan we vervolgens aan de slag om de installaties stap voor stap uit te denken en starten we met de ontwerpberekeningen. Dat is statisch, waarbij we de pieklasten in de lokalen (bijvoorbeeld hoge temperaturen of veel CO2-uitstoot) berekenen.”

Installatie ontwerp eerst testen in slimme software

Arjen: “Nadat het concept ontwerp klaar is, gaan we het ontwerp toetsen. Dat doen we door middel van simulatie software. In die software kunnen we de werking van installaties simuleren, waarmee we vervolgens heel gericht kunnen kijken of het voldoet aan de eisen. Zo kunnen we bijvoorbeeld kijken of de eis die gesteld wordt aan het maximale CO2 gehalte in een lokaal gehaald wordt met de installatie die we hebben bedacht. Dit doen we ook voor de temperatuur. Een voorbeeld is te zien in Figuur 1.

Dit is een simulatie van de temperatuur en het CO2 gehalte in de zomer, op een warme dag. De temperatuur in de ruimte loopt op tot 25,4 graden. Dit valt binnen de eis van Frisse Scholen klasse B (maximaal 26 graden). De groene lijn is de inblaastemperatuur. Deze loopt op boven de 16 graden, maar dat mag op zo’n warme dag. De paarse lijn is de zonwering. Deze gaat na 15:00 uur weer omhoog. Dit lokaal is waarschijnlijk op het oosten gebouwd en heeft na 15:00 geen zon meer. De interne warmtelast van personen, verlichting en apparaten is te zien op de oranje lijn. De zwarte lijn is het CO2 gehalte. Deze blijft bij volledige bezetting van het lokaal op 950 PPM, dit komt overeen met de eis van Frisse Scholen klasse B. Met al deze informatie kunnen we van tevoren goed simuleren of de installaties voldoen aan de eisen. Dit simuleren gebeurt aan de hand van gegevens uit een referentieklimaatjaar.”

Monitoren en bijsturen

Als alle simulaties via het softwareprogramma geslaagd zijn, wordt de installatie gerealiseerd en in bedrijf gesteld. En dan is de vraag: werkt de installatie ook echt zoals bedacht? Arjen: “Om dat te toetsten starten we direct na in bedrijfstelling met het verzamelen van data om te meten hoe de installaties in het echt presteren. We kijken naar de werkelijke waarden en in hoeverre deze overeenkomen met het referentiejaar (waarmee gerekend is bij het ontwerp). Blijven monitoren is enorm belangrijk om eventueel bij te kunnen sturen als er uitschieters zijn. We willen natuurlijk de geleverde prestaties blijven borgen, maar vooral dat de leerlingen écht in een gezond binnenklimaat kunnen leren en opgroeien.”

Deel deze pagina: